Interviews 2 Turven Hoog 2010
Frank Groothof | Sjoukje Gootjes | Mira Ticheler
Hij maakt al bijna twintig jaar theater voor kinderen, maar een voorstelling voor peuters heeft hij tot nog toe nooit gespeeld. Een primeur dus, op speciaal verzoek van 2 Turven Hoog en De Doelen. Frank Groothof kijkt er alvast zeer naar uit. "Het kan mij niet mooi genoeg zijn.”
Vooral het zoeken naar een vorm vindt Groothof fascinerend. “Zo anders is het weer dan met de kleuters uit Sesamstraat. Aan die hele kleintjes kun je nog geen verhaal vertellen met een kop en een staart.“ Dat doet hij dus niet in ‘JazzBabar’: “Ik ga niet vertellen, maar laat het verhaal ontstaan in interactie met de muziek en de schilderijen die tegelijkertijd op een groot doek worden gemaakt. Zo wordt er een verhaal geboren uit wat zijzelf herkennen en ervan kunnen maken.”
Hij baseert zich hierbij op ‘l’Histoire de Babar’ van Poulenc. “Een heel ontroerend verhaal is dat, over een kindje dat er helemaal alleen voorstaat, geschreven in een tijd dat er veel weeskinderen waren, net na de Tweede Wereldoorlog. Ineens is dat kindje de liefde van zijn moeder kwijt en komt in een grote mensenwereld terecht. Dan maakt het olifantje ook weer avonturen mee, en komt het uiteindelijk allemaal weer goed."
"Het is heel simpel, en tegelijk ook zo herkenbaar. Kinderen zijn vaak bang omdat mama boos is, omdat ze iets gedaan hebben, of als ze ineens alleen op hun kamer liggen.”
Groothof is ervan overtuigd dat je niet vroeg genoeg met theater kunt beginnen. “Juist het eerste contact met theater moet meteen heel goed zijn. Het blijft voor altijd in de poel van hun herinnering, waar ze hun hele verdere leven mee moeten doen. Daarom kan de voorstelling mij ook niet mooi genoeg zijn, en dat wordt het ook, met alle topmusici die erbij zijn en de prachtige schilderijen van Gerard de Bruyne.”
Het blijft allemaal magisch, vindt hij: “Peuters zijn nog zo open en ontvankelijk. Ze zuigen alles nog in zich op. Alles wat wij allang verloren hebben, hebben zij nog, het is allemaal nog zo puur. Kleine Boeddha’tjes zijn het eigenlijk.”
Ze houdt van groots en speels: dit keer maakte ze geen reuze Pinguïn of vliegend zeemonster, maar een 9 meter hoge en 7 meter brede kraai die in de foyer komt te staan van de Schouwburg. Samen met twee enorme bloemen van piepschuim en een hond met dreadlocks van hetzelfde materiaal. Het is de vrolijkheid en de speelsheid van haar kunstwerken waardoor kinderen zich er zo tot aangetrokken voelen, denkt Sjoukje Gootjes. “Zij zijn altijd meteen heel enthousiast, veel meer dan volwassenen.”
De kraai maakt ze samen met kunstenaar Jeroen Diepenmaat van hout, meterslang video-lint en landbouwplastic. Een ingenieuze constructie waar je niet alleen naar kunt kijken maar waarin je ook naar binnen kunt gaan. “Kinderen kunnen in de vleugels en in het binnenste van de kraai, tussen de ingewanden”, zegt Sjoukje. Zij nam onlangs de proef op de som en liet haar neefjes en nichtjes, tussen de drie en vijf jaar oud, erin. “Ze vonden het wel een beetje spannend omdat het een nogal donkere ruimte is, met maar een paar lampen erin. En ook stoffig vonden ze het. Maar ze begonnen er meteen in rond te rennen en werden heel actief, ze gingen verstoppertje spelen en begonnen allerlei fantasiespelletjes te bedenken.” Inmiddels heeft ze het binnenste van de kraai alweer een beetje aangepast: “Ik heb er nu ook een heleboel schuim in neergelegd zodat kinderen er lekker in kunnen rond springen en toren kunnen bouwen.”
Mira Ticheler mobiliseert alle kinderen van Almere met een oproep om hun schoenen in te leveren. Zij ziet het verzamelen van kinderenschoenen als een symbolische link met de eerste stappen die kinderen tijdens het festival zetten naar het theater. Het allereerste paar bemachtigde zij een paar weken geleden toen ze een klein meisje de schoenenwinkel zag uithuppelen. Op haar vraag of zij het oude paar mocht hebben ging het meisje onmiddellijk op de stoep zitten, en trok haar oude schoentjes uit. Op de nieuwe huppelde ze verder, Ticheler blij achterlatend. Deze schoentjes krijgen een ere-plaatsje, zegt Ticheler.
Inmiddels heeft ze een drietal oproepen in de plaatselijke krant geplaatst dat alle schoenen kunnen worden ingeleverd bij de Kunstlinie, en komt de stroom oude schoentjes – aanvankelijk nog vooral van vrienden en kennissen– langzaam maar zeker een beetje op gang. Binnenkort worden ook brieven gestuurd naar basisscholen en crèches. “Ik ga natuurlijk ook iets leuks met al die schoenen doen. De kinderen krijgen ze in elk geval ook weer terug. Ik denk dat ik alle zolen eruit ga halen. Als kinderen ze dan weer aantrekken komen ze er plotseling achter dat ze eigenlijk op hun blote voeten rondlopen. Zo kunnen ze alles nog veel meer voelen en ontdekken. In de hal ga ik allerlei natuurlijke materialen neerleggen, zoals gras, water, zand, schelpjes. “
Maar hoe vinden kinderen hun eigen schoenen weer terug!? “Daar heb ik al iets op bedacht. Ik ben inmiddels ook een hele verzameling schoenendozen aan het aanleggen. Daarvan ga ik de skyline van Almere namaken. Alle schoentjes komen daarin te staan, als het er tenminste niet 5000 worden! Ik snij de voor- en achterkant uit de dozen, zodat kinderen hun eigen schoenen weer kunnen zien staan.”
Wat kinderen ervan zullen vinden op rond te lopen op schoenen-zonder-zolen weet Ticheler ook niet. Al denkt zij dat ze zich er veel vrijer in zullen kunnen voelen. Wel is ze ervan overtuigd dat ze er in elk geval niet alleen mee over de door haar aangelegde paadjes zullen blijven lopen. “Het is altijd weer zoveel interessanter om buiten de gebaande paden te gaan, zodat het ook echt een ontdekkingsreis wordt.”
